Van HBE naar ERE
Wat verandert er?
Vanaf 2026 verandert de manier waarop duurzame energie in vervoer wordt gewaardeerd. De huidige Hernieuwbare Brandstof Eenheden (HBE’s) maken plaats voor Emissiereductie-eenheden (ERE’s). Voor vastgoedeigenaren en exploitanten van logistieke centra is dit relevant, omdat laadinfra, zonne-energie en energieopslag steeds meer samenkomen op één locatie. De overgang naar ERE’s brengt nieuwe verplichtingen, maar vooral ook nieuwe kansen.
Wat zijn ERE’s en waarom komen ze er?
ERE’s zijn de opvolgers van HBE’s: certificaten die aantonen dat een organisatie bijdraagt aan het verminderen van CO₂-uitstoot in het vervoer. De Nederlandse overheid vervangt het HBE-systeem om het transparanter en toekomstbestendiger te maken, en beter aan te laten sluiten bij Europese afspraken over emissiereductie.
Waar HBE’s vooral draaiden om het aandeel hernieuwbare energie in vervoer, ligt bij ERE’s de nadruk op daadwerkelijke CO₂-reductie. De nieuwe systematiek meet niet alleen wát je levert (zoals groene stroom of biobrandstof), maar vooral hoeveel uitstoot je daarmee voorkomt.
Wat blijft gelijk – en wat verandert
De basis blijft herkenbaar: organisaties kunnen certificaten verdienen door hernieuwbare energie in te zetten voor transport, bijvoorbeeld via laadpunten voor elektrische voertuigen op het terrein. Toch verschuift het accent op een aantal punten:
- Nieuwe naam, zelfde doel: HBE’s verdwijnen, maar het stimuleren van duurzame kilometers blijft.
- Focus op CO₂-reductie: De waarde van een ERE hangt af van de daadwerkelijke emissiebesparing, niet alleen van de gebruikte energiebron.
- Meer sectoren onder één systeem: Naast wegvervoer kunnen straks ook scheepvaart en mogelijk bouwlogistiek deelnemen.
- Eenvoudiger registratie: Alles verloopt via één digitaal loket bij de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa).
- Inboekersverplichting: Niet iedereen kan zelfstandig ERE’s inboeken. Alleen partijen die aan bepaalde eisen voldoen mogen dat doen. Daarnaast wordt een drempelwaarde ingevoerd, waardoor er centrale brokers of dienstverleners ontstaan die bevoegd zijn om ERE’s namens meerdere partijen in te boeken.
- Naadloze overgang: Bestaande HBE-projecten kunnen grotendeels worden voortgezet binnen het nieuwe systeem.
Wat betekent dit voor logistiek vastgoed?
Voor de vastgoedsector verandert de essentie niet: locaties waar laadinfra, zonne-energie en slim energiemanagement samenkomen, blijven waardevol. De introductie van ERE’s biedt juist kansen om verder te professionaliseren en voor te sorteren op toekomstige eisen.
Belangrijkste aandachtspunten:
- Investeer in aantoonbare herkomst van energie. Alleen als de gebruikte stroom écht hernieuwbaar is – bijvoorbeeld via eigen zonnepanelen met Garanties van Oorsprong – kunnen ERE’s worden toegekend.
- Zorg voor een sluitende registratie. De koppeling tussen laadtransacties, energiedata en administratie blijft cruciaal.
- Integreer laadinfra in de vastgoedstrategie. Laadpunten zijn niet langer een voorziening, maar een strategisch onderdeel van de waardepropositie van een locatie.
Door slim te combineren – opwek, opslag en laden – kunnen logistieke hubs aantonen dat hun energiegebruik direct bijdraagt aan emissiereductie in transport.
Strategisch én financieel voordeel
De overgang naar ERE’s maakt de energieketen rond logistiek vastgoed niet alleen transparanter, maar ook economisch aantrekkelijker. Voor vastgoedeigenaren vormt dit een kans om duurzame infrastructuur te laten renderen. Iedere laadtransactie met aantoonbaar hernieuwbare stroom kan immers een ERE opleveren die verhandelbaar is op de markt. De prijs van zo’n certificaat varieert afhankelijk van vraag en aanbod, maar kan oplopen van enkele tientallen tot honderden euro’s per eenheid. Daarmee ontstaat een directe financiële stimulans om energieopwek, opslag en laadinfra slim te combineren.
Tegelijkertijd biedt het systeem een strategisch voordeel. Bedrijven die opereren in een pand met gecertificeerde laadinfra kunnen hun duurzaamheidsdoelen eenvoudiger aantonen en sneller rapporteren richting klanten en ketenpartners. Voor vastgoedeigenaren betekent dit dat hun locatie aantrekkelijker wordt voor huurders die sturen op emissievrije logistiek of voldoen aan ESG-rapportageverplichtingen. Het vermogen om concrete emissiereductie te koppelen aan vastgoedprestaties versterkt de positie van een locatie in de markt en draagt bij aan de waardeontwikkeling op lange termijn.
De overgang in het kort
De Nederlandse Emissieautoriteit werkt aan een gefaseerde overgang. HBE’s blijven geldig tot eind 2025 en worden vanaf 2026 automatisch vervangen door ERE’s. Voor de meeste partijen verandert er weinig in de praktijk – zolang laadpunten en energiedata goed geregistreerd zijn.
Door de inboekersverplichting en de drempelwaarde zal niet iedere partij meer zelf kunnen deelnemen; het inboeken van ERE’s zal in veel gevallen via erkende brokers verlopen.
Voor de meeste partijen verandert er verder weinig in de praktijk – zolang laadpunten en energiedata goed geregistreerd zijn.
Conclusie
De overstap van HBE naar ERE is meer dan een technische wijziging: het is een stap naar een systeem dat waarde koppelt aan daadwerkelijke CO₂-reductie. Voor logistiek vastgoed vormt dit een kans om energie, mobiliteit en data nog slimmer te verbinden. Wie nu anticipeert, bouwt aan locaties die niet alleen duurzaam functioneren, maar ook toekomstbestendig rendement opleveren.
veelgestelde vragen
energieadvies?
Benieuwd naar wat we voor je uit handen kunnen nemen? Neem contact met ons op. Je kan ons bellen, mailen of gelijk een adviesgesprek inplannen!
"*" geeft vereiste velden aan
Bij Greenchoice Integrated ontzorgen we je tijdens het gehele adviestraject naar een maatwerk oplossing.



















